Mijn vriend Da Ruan

by gertekoo

Da Ruan


Je hebt ons verlaten, totaal onverwacht, en ik weet nog altijd niet goed hoe ik daarmee om moet. Ik zal later wellicht kunnen nadenken over wat het voor mij betekent, nu wil ik gewoon nog even met je praten. Ik geloof niet in leven na de dood, dus praten lijkt allicht een zinloze oefening. Maar ik wil je nu bij me houden, in mijn hoofd.

Ik zag je voor het eerst op een maandag in 1987, je kwam net aan uit China, en ik heb je toen een beetje opgevangen. Opgevangen zoals een jongen van 22, die nog nooit voor iemand heeft gezorgd, dat doet, onhandig en met veel goede bedoelingen, zo goed en zo kwaad als dat gaat. Ik herinner me lessen Chinees, wandelingen in mijn geboortedorp, spaghetti bolognaise met een beetje mayonaise om je te plagen, nachtelijke trektochten door Gent, lange, lange middagen in de Overpoort, je eerste kerstavond in Gent met teveel wijn bij mijn grootvader: je kon er niet tegen, en ik heb me toen echt zorgen om je gemaakt.

Na je promotie zijn we elkaar een beetje uit het oog verloren, elk zijn leven, zoals dat soms gaat, blijkbaar. Tot ik vorig jaar in Shanghai het voorrecht had om samen met je familie, Etienne Kerre en Andrea De Kegel, en Dirk Aeyels je vijftigste verjaardag te vieren (het opvangen is toen door jou gedaan, en je was er zoveel beter in). Waarom denken we toch altijd dat we nog alle tijd van de wereld hebben?

Je was een ingoede man, en een goede wetenschapper: daar kan ik met enige kennis van zaken over spreken. En wat ik me steeds van je zal blijven herinneren (en ik ben zeker dat ik niet de enige hierin ben), Da, is hoe elke keer dat je me zag, hoe lang het ook geleden was dat we elkaar hadden gezien, je gezicht en je ogen begonnen te stralen, en je mij het gevoel gaf dat ik bijzonder voor je was.

Da, je was een schitterende kerel, en ik vond het een voorrecht dat ik je mijn vriend mocht noemen.

Advertisements